Flotationsverfahren 1927
Stolberg
Activiteiten na de sluiting van Diepenlinchen
Ertsverwerking en flotatie in het Stolberger gebied
Gedurende vele eeuwen maakte men gebruik van de zogenaamde dichtheidssortering om bruikbaar erts van onbruikbaar gesteente te scheiden. Hierbij werd gebruik gemaakt van de verschillen in soortelijk gewicht tussen erts en bijgesteente.
Het ertsrijke gesteente dat uit de mijnen werd gewonnen, werd eerst vermalen met breekmachines, trommelmolens of steenmolens. De gewenste korrelgrootte hing in belangrijke mate af van hoe fijn het erts in het moedergesteente was verdeeld. De afzonderlijke korrels moesten duidelijk van elkaar verschillen wat betreft het ertsgehalte en het onbruikbaar gesteente, om de scheiding door middel van dichtheidssortering effectief te maken.
De eigenlijke scheiding vond plaats onder een zwakke waterstroom op schuin geplaatste tafels, die mechanisch in trilling werden gebracht. Zo zetten de korrels zich neer op basis van hun soortelijk gewicht – een procédé dat ook bekend stond als schud- of schokzeef.
De in Stolberg overwegend gewonnen schaalblende was een polymetallisch erts dat zinkblende, loodglans en zwavelkies (pyriet resp. markasiet) bevatte. Daarom was het bijzonder belangrijk om de sulfiden niet alleen van het ganggesteente, maar ook onderling te scheiden.
Flotatieprocessen in de jaren twintig
In de jaren twintig van de vorige eeuw werd de ertsverwerking op beslissende wijze verder ontwikkeld. Het flotatieproces (ook wel drijfverwerking genoemd) maakte gebruik van de verschillende oppervlakte-eigenschappen van de mineralen. Voorwaarde hiervoor was een fijne vermaling van het ertsafval door middel van steenmolens.
Na de sluiting van de Diepenlinchen-mijn bleef de exploitant, de Gesellschaft für Bergbau und Zinkfabrikation zu Stolberg und in Westfalen (Stolberger Zink), in heel Europa actief. In 1927/28 bouwde zij op de Weißenberg een flotatie-installatie met een capaciteit van 5 ton per uur.
Aanvankelijk werd de installatie gebruikt voor de nabehandeling van oud slib uit vijvers en afvalbergen, aangezien dit materiaal zonder verdere vermaling geschikt was voor flotatie. Tot 1933 kon op deze manier meer dan 4.000 ton bruikbaar ertsconcentraat worden gewonnen.
In het kader van de streven naar zelfvoorziening in de jaren 1930 werd van 1933 tot 1942 in toenemende mate ook grof materiaal uit de afvalberg vermalen en verwerkt. De daarbij ontstane zanderige resten werden op de afvalberg op de Weißenberg gestort.
Deze route is ontwikkeld in het kader van het door LEADER gesubsidieerde project „Kwaliteitsoffensief Wandelen in Roetgen en Stolberg”, met steun van de Europese Unie (ELER) en de deelstaat Noordrijn-Westfalen.
Contact
Panoramarundweg Mausbach
52224 Stolberg