Erzgrube Diepenlinchen

Stolberg

Vandaag geopend

De geschiedenis van de mijn Diepenlinchen

De naam Diepenlinchen is afgeleid van het lokale dialectwoord „Diepe Linche“, wat in het Hoogduits „diepe schachten“ betekent. Het hoofdcomplex van de mijn heeft inderdaad een diepte van 382 m en is daarmee meer dan twee keer zo diep als de schachten van de omliggende mijnen. De mijn werd in 1809, nog onder Franse bezetting, in exploitatie genomen. Daarvoor was er al door de Romeinen tot aan het grondwaterpeil en in de 17e en 18e eeuw in dagbouw, later in pingen- en packenwinning, galmei dicht aan de oppervlakte gewonnen.

Vanwege de enorm grote watertoevoer en onvoldoende waterbeheersing moest de mijnbouw worden stopgezet nog voordat de 80 m-diepte was bereikt. Pas in de jaren 1840 kon de mijnbouw na grote technische en financiële inspanningen door de nieuwe eigenaren, namelijk de „Metallurgische Gesellschaft zu Stolberg“ (76,6% aandeel) en de „Eschweiler Bergwerksverein“ (23,4%), weer worden hervat. Naast vele andere exploitatiepunten werd de mijn via de volgende schachten geëxploiteerd: hoofdtransportschacht, 356 m diepte, transportschacht, 350 m diepte, Wittmannschacht (waterafvoer), 382 m diepte, Blumeschacht (waterafvoer), 382 m diepte en Froschschacht (ventilatieschacht). In de mijn werd in de loop der jaren steeds dieper ontgonnen, onder de „Alte Mann“, het door pre-industriële mijnbouw volledig omgewoelde oppervlaktegebied, vanaf een diepte van 67 m.
In 1919 werd de mijn gesloten, officieel vanwege een staking van de mijnwerkers, maar in werkelijkheid vanwege de kosten voor waterafvoer. Bovengronds werd de verwerking van de oude afvalbergen echter tot 1942 voortgezet. Om het erts dat nog in de afvalbergen achterbleef te winnen, werden de afvalbergen met behulp van het flotatieproces fijn gemalen en met water tot een slurrie gemengd.

Door lucht in te blazen maakte men gebruik van de fysische verschillen tussen het erts en het dode gesteente. Omdat de ertsen een andere oppervlaktebevochtigbaarheid hebben dan het dode gesteente, hechten de ertsdeeltjes zich aan de luchtbellen en kunnen ze als ertsrijk schuim aan het oppervlak worden afgeschuimd. De deeltjes van het omringende gesteente zinken echter naar de bodem. Wat overblijft is een fijn mengsel van zand en klei, dat op een afvalberg wordt gestort. Boven het zweefvliegveld is deze afvalberg nog steeds duidelijk te zien. Het grootste deel is echter afgedekt en beplant om verwaaiing te voorkomen.

(Tekst: Jens Mieckley)

Deze route is ontwikkeld in het kader van het door LEADER gesubsidieerde project ‚Kwaliteitsoffensief Wandelen in Roetgen en Stolberg‘, met steun van de Europese Unie (ELER) en de deelstaat Noordrijn-Westfalen.

Impressies

  • De afbeelding toont de vlag van de Europese Unie en het wapen van een federale staat in Duitsland. Daaronder staat de tekst "Gedeeltelijk gefinancierd door de Europese Unie".

Contact